Edam
Edam is een stadje in Noord-Holland. Samen met Volendam vormt Edam tegenwoordig de gemeente Edam-Volendam. Oorspronkelijk lag het aan het riviertje de E en heette het ook wel IJedam. Veel wateren (rivieren, beken, meren) hebben een naam die Aa, Ae, E, Ee, Ie, of IJ in zich hebben. Dit betekent gewoon 'water' (vergelijk het Franse: eau).
De rijke historie begint in de 12e eeuw met de vestiging van een nederzetting van boeren en vissers. De oudste vermelding van de plaats is van 1310, waarin zij als kerspel (gebied dat bij een kerk hoort) wordt aangeduid.
Bij de oorkonde van 19 november 1357 (Sint Elizabethsdag) gaf graaf Willem V van Beieren aan de poorters van Edam het groot privilege en werd er voor het eerst gesproken van de stad Edam. Hiermee verkreeg men de toestemming tot het graven van een nieuwe tolvrije en onversperde buitenhaven, het Oorgat. Bovendien verkreeg men een vergunning tot het houden van drie jaarmarkten.
Ruim twee eeuwen daarna, in 1573, was het Prins Willem van Oranje die Edam voor haar goede en trouwe diensten tijdens het beleg van Alkmaar het eeuwigdurend recht tot het houden van de Kaaswaag verleende. De handel in kaas is thans voor een plaatselijk centrum te groot geworden, zodat de Edammer kaas een beursartikel is en de traditionele kaasmarkt een toeristische atractie.
Het verleden van Edam is echter nog springlevend. Het zo gaaf bewaarde silhouet van dit schilderachtige stadje wordt gedomineerd door de ranke Speeltoren. Het uit 1561 daterende carillon van deze toren is één van de oudste van Nederland. Het historische Edam heeft de bezoeker heel wat moois te bieden. Wandelend door de oude kern treft u de vele monumentale huizen, kerken, havens, grachten, pleinen en markten aan.
Niet alleen zijn fraaie stadsgezicht leverde Edam wereldfaam op, maar ook de bekende bolronde kaasjes, die nog steeds naar alle windstreken worden geëxporteerd. Halverwege de 17e eeuw waren het er al 500.000 per jaar. Bij een bezoek aan Edam mag dan ook zeker de Kaaswaag uit 1778 en de Kaasmarkten in juli en augustus, niet ontbreken.
Ook een bezoek aan het Edams Museum is zeker de moeite waard. Dit 16e eeuwse koopmanshuis met zijn oorspronkelijke indeling en drijvende kelder geeft een goed beeld van de manier waarop rijkere mensen uit vroeger eeuwen een dergelijk huis bewoonden.
In de majestueuze Grote- of St. Nicolaaskerk kunt u onder andere een prachtige collectie gebrandschilderde ramen uit de 17e eeuw bewonderen.
De Grote Kerk van Edam is gewijd aan ST. Nicolaas, schutspatroon der schippers en zeelieden. Het werd in het begin van de 15de eeuw gebouwd als een kruiskerk, waarvan het schip smalle zijbeuken had. Tegen het einde van de 15de eeuw werden de zijbeuken van het schip verbreed en zo ontstond een hallekerk. In het begin 16de eeuw werd het koor, dat van bescheiden afmeting was, gesloopt en vervangen door het huidige uitgestrekte koor. Korte tijd later werd ook deze kerk door brand geteisterd. Deze ontstond door blikseminslag in de toren van de kerk en bracht aan het gebouw aanzienlijke schade toe. Dat was in 1602. Terstond na de ramp werd met het herstel begonnen. Bij die gelegenheid kreeg de kerk nieuwe vensters, waarvoor van vele kanten prachtige glas-in-lood ramen werden geschonken, 31 in getal, die zich met de beroemde glazen van Gouda kunnen meten. Het orgel werd in 1662-1663 gebouwd door Barent Smit, organist en orgelbouwer te Hoorn. De kerk moest grotendeels worden herbouwd, wat 24 jaar in beslag heeft genomen.
ln 1699 werd de toren weer door bliksem getroffen. Blijkbaar ontmoedigd door de voortdurende dreiging van natuurgeweld, besloot men de toren lager te bouwen dan voorheen, wat volgens de jaartal-ankers in 1701 zijn beslag kreeg. Na een in 1979 aangevangen restauratie werden op 25 april 1979 de herstelwerkzaamheden afgerond door de officiële wederingebruikneming.
In 2004 werd na de publieke actie "kerk van kaas" de top van de toren gerestaureerd en ontdaan van boktor. Tevens zijn de grote luidklokken weer geheel in ere hersteld.
Het Raadhuis aan het Damplein 1 werd blijkens een gedenksteen in de hal gebouwd door Jacob Jongh, meester huistimmerman. De eerste steen werd op 18 mei 1737 gelegd door de Heer Roelof Boot. De raadzaal, de vroegere schepenzaal, verkeert nog in zijn oorspronkelijke staat. Het in 1738 door W. Rave geschilderde behang stelt de kroning voor van Saul en Salomo’s Eerste Recht. In dit gebouw is het kantoor van de VVV Edam gevestigd. Op de bovenverdieping is een dependance van het Edams museum gevestigd.
De Hoofdvestiging van dit museum bevindt zich schuin aan de overkant, in het oudste stenen huis in Edam aan de Dam daterend van ± 1540. In 1895 werd het huis gerestaureerd en tot museum ingericht. Merkwaardige bezienswaardigheid in het Edams museum is een deel van het huis zelf, de befaamde drijvende kelder. Een zeeman, die het huis liet bouwen, zou op de gedachte van de varende kelder zijn gekomen, doch dit is niet meer dan een legende.
Direct om de hoek van het stadhuis ligt het begin van de belangrijkste en oudste gracht van Edam, de Voorhaven. Aan de noordzijde, beter bekend als de “donkere kant” van de Voorhaven, bevinden zich een aantal van Edams meest belangrijke monumenten.
Als eerste in de rij komen we Het Huys Haerlem tegen. Dit tegenwoordig weer gedeeltelijke woonhuis heeft lange tijd als bankkantoor gefunctioneerd. In 1925 is het hudige gebouw als reconstructie naar een veel ouder pand herbouwd. Dit eerdere gebouw is waarschijnlijk ergens in de 19e eeuw wegens achterstallig onderhoud en gebrek aan geld gesloopt en vervangen door een veel simpeler gebouw. De tegenwoordige gevel is een prachtig voorbeeld van de wedergeboorte van het neo-classisisme van de tijd tussen de twee wereldoorlogen.
Naast Het Huys Haerlem vinden we het mooiste nog als woonhuis in gebruik zijnde grachtenpand in Edam, “Het huis met de Zwaan”. Deze naam dankt het huis aan de prachtige zwaan boven op de top, die door de bouwheer Jan Michielszn. de Zwaan er in 1659 op is gezet. Het huis is een klassiek voorbeeld van een 17e eeuws grachtenpand en koopmanshuis, geheel in de stijl van de beroemde amsterdamse architect Vingbooms.
In het begin van de 20ste eeuw is het huis gered voor mogelijke sloop door de befaamde kunstenaar W.O.J.N. Nieuwenkamp. Vanaf eind jaren 40 tot 1975 was het huis dan ook museum voor zijn werk en verzameling. Het museum is tegenwoordig gevestigd in het oude postkantoor.
Op nummer 135 komen we vervolgens de Lutherse Kerk tegen. Het kerkgebouw dat thans nog in gebruik is, werd op de plaats gebouwd van het voormalige Edamse stadhuis en werd ingewijd in het jaar 1741. De Evangelisch- Lutherse gemeente verkreeg de grond “om niet” van de Edamse burgemeesteren en dit resulteerde in een tekst boven de kerkdeur :
“Daar eertyds wierd het heylig recht / Ten nut van 't algemeen beslegt, Wordt nu, naar ’t voorschrift van Gods Woord / De vrede- en boetbazuyn gehoort. Men danke God en de Agtbre Raad / Door welkers gunst dit huys hier staat.”
Na een grondige restauratie in 1841 werd in 1991 opnieuw een volledige restauratie voltooid. 250 jaar na de bouw en 150 jaar na de grote restauratie in 1841.
Dat kaas een grote rol speelt in de geschiedenis van Edam is wel duidelijk. Deze rol wordt duidelijk als we de drie kaaspakhuizen zien die vervolgens langs de voorhaven tevinden zijn. Nog steeds liggen hier vele honderden welbekende ronde kazen te rijpen. Een gedeelte van de pakhuizen is tegenwoordig ingericht als museum en winkel waar vele soorten kaas te koop en te proeven zijn.
Eveneens aan de Voorhaven, echter aan de “lichte kant”, ligt de RK Kerk St. Nicolaas. Dit is een zogenaamde waterstaat kerk op last van het ministerie van waterstaat in de jaren 1824/1825 gebouwd, waarna in de jaren 1846/1857 uitbreiding tot het huidige uit drie beuken bestaande kerkgebouw volgde. Het middenschip, transept en priesterkoor zijn met een tonggewelf, de zijbeuken met kruisgewelven overdekt, het geheel in wit pleisterwerk.

In het oude postkantoor aan het Damplein vinden we Museum Artimare. In dit museum wordt de legende van de meermin van Edam, op een zeer aansprekelijke wijze tot leven gebracht met allerlei interessante feiten en onthullingen.
Al zeshonderd jaar spartelt deze meermin door de Nederlandse cultuurgeschiedenis. De meermin van Edam is de enige zeemeermin met een compleet levensverhaal, zo wist men zelfs aan te wijzen waar zij gewoond heeft. In het museum vindt u hyperrealistische beelden en schilderijen en komt u oog in oog te staan met een echte zeemeermin.

Het gebouw 'Artimare', waarin dit museum gevestigd is, is ontworpen door C.H. Peters, de rijksbouwmeester die ook verantwoordelijk was voor onder andere het hoofdpostkantoor van Amsterdam. Hij was leerling van P.J.H. Cuypers, de architect van o.a. het Rijksmuseum en het Centraal Station en dat is in dit gebouw duidelijk te zien. Het heeft neo renaissance invloeden, lichtgele zandstenen banden en een rechte toren, wat het gebouw een bijzonder karakter geeft.

In het museum is tevens een uitgebreide collectie te zien van het werk van W.O.J. Nieuwenkamp (1874-1950), ontdekkingsreiziger, graficus, schilder, etnograaf en architect. Nieuwenkamp heeft geruime tijd in Edam gewoond en gewerkt, waar een aantal bouwwerken en veel kunstwerken nog van getuigen. Later vestigde hij zich in Florence waar hij een grote villa restaureerde en een schitterende tuin aanlegde (te vergelijken met de tuinen van Monet in Giverny).

Op de hoek van de Eilandsgracht/Breestraat staat het 'oudste houten huis' van Edam. Heel bijzonder is dat dit huisje de vele stadsbranden die ook Edam geteisterd hebben, heeft weten te overleven.
Ook de voorschriften die tot doel hadden de houten gevels door stenen wanden te vervangen, om aan de steeds weer de kop opstekende branden beter het hoofd te kunnen bieden, zijn aan dit huisje voorbijgegaan.
Het pand is een in Nederland uiterst zelden voorkomend voorbeeld van gotische houtbouw en is vermoedelijk gebouwd omstreeks 1530. Een indicatie hiervoor is het deurkalf, versierd met een laag-gotische arcadeboog en rozetten.
Het is, op de later aangebouwde stenen achterkamer na, een geheel houten huis, waarvan de voorgevel met zijn naar boven en naar beneden klappende luiken, nog vrijwel geheel origineel is. Ook de deur met het mooie slot stamt vermoedelijk nog uit de vroegste bouwtijd. Het huis is omstreeks 1980 grondig gerestaureerd.
Het Proveniershofje, daterend uit 1555 is gelegen tegenover de Grote Kerk. Op dezelfde plaats stonden voor 1555 de begijnenhuisjes. Deze begijnen onderwezen de Edamse jeugd en verpleegden de zieken. Enkele jaren geleden heeft een grondige renovatie plaatsgevonden en thans wordt het hofje bewoond door ouderen.

Op 16 april 1526 kreeg Edam van Keizer Karel V de vrije weekmarkt alsmede het recht van Waag, waarvoor jaarlijks 90 gulden aan de Grafelijkheid moest worden betaald.
Op 2 maart 1594 werd dit recht van Waag door Prins Willem I eeuwigdurend vergeven tegen een jaarlijkse storting van 10 gulden. Met onderbreking van de jaren 1745 tot 1775 werd de markt gehouden tot 1922. De industrialisatie van de kaasbereiding maakte een einde aan deze markthandel, direct van de boer aan de handelaar.

Middelpunt van dit kleurrijke schouwspel waren de kaasdragers, die de kogelronde kaasjes op houten 'berries' of draagbaren af- en aanvoerden. Voor de toeristen is deze oude traditie weer in ere hersteld.

De Kaaswaag dateert van 1778. In het gebouw is een permanente tentoonstelling over de kaasbereiding ingericht. Men kan er kaas proeven en kopen.
Helaas is er in Edam geen kaasboerderij meer. Wél zijn hier nog verschillende kaas-exportbedrijven, die hun kazen in grote pakhuizen laten 'rijpen'. Om u een idee te geven van de vroegere kaasproduktie; in 1649 verhandelde men in Edam + 250.000 kaasjes; tegenwoordig produceert Nederland 27 miljoen Edammer kazen.

Op de Kaasmarkt of het Jan van Nieuwenhuyzenplein heeft zich in de loop der eeuwen een belangrijk hoofdstuk van de Edamse geschiedenis afgespeeld. Vroeger waren Kaasmarkt en Prins Mauritspad een onderdeel van de doorgaande waterverbinding Achterhaven/Matthijs Tinxgracht.
In 1622 werd hier de Bierkade aangelegd, waaraan de brouwers hun huizen bouwden. Omstreeks 1680, dempte men het water en werd de Kaasmarkt, die eerst elders in de stad gehouden werd, naar het nieuwe plein verplaatst.

In het huis naast de Kaaswaag was vroeger het café 'Oost-Indië' gevestigd, waar men na een gunstig afgesloten markthandel kon proosten. Zoals helaas zo vaak zijn bij de huizen rond de kaasmarkt ook de oorspronkelijke ramen in de vroege 19e eeuw vervangen door ramen met een andere ruitverdeling.

In 1558, dus meer dan 400 jaar geleden, stichtte de priester Matthias Tynicy Matthiasz, wiens naam nog voortleeft door de Matthijs Tinxgracht, het Weeshuis aan de Grote kerkstraat. In dit gebouw was medio de jaren tachtig de Gemeentelijke Sociale Dienst gehuisvest. Zoals het gebouw er voor de verbouwing aan het einde van 1770 uitzag, is het nauwelijks nog te herkennen, maar de oude gekleurde gevelsteen, omlijst door een namaak-Grieks tempeltje, siert nog altijd de voorgevel. Er staan weesjongens, bezig met kolfspelen, op afgebeeld. Boven het poortje aan de zijde van de Matthijs Tinxgracht staan twee weeskinderen afgebeeld in kledij, die in Friese plaatsen nog terug te vinden is.

De Speeltoren is een restant van de Onze Lieve Vrouwe- of Kleine Kerk, die dateert uit de 15e en 16e eeuw. De Kleine Kerk was een laat-gotisch gebouw, met twee even hoge beuken. Al in 1350 werd melding gemaakt van een kerk of kapel op deze plaats, vlakbij de Bult, het oudste gedeelte van de stad.

De oorspronkelijke klokken van het carillon zijn in 1561 door Pieter van den Ghein uit Mechelen gegoten. In later tijd is het klokkenspel aanzienlijk uitgebreid. Om deze reden hangen de klokken gedeeltelijk buiten de open lantaarn. Traditioneel bespeelt op feestdagen een beiaardier het klankrijke carillon.

De kerk zelf werd in 1882 grotendeels gesloopt. Door verwaarlozing had dit monument zo ernstig geleden, dat alleen het tegen de toren aansluitende deel kon worden behouden. De slanke laatgotische toren bepaalt echter nog steeds op een nadrukkelijke manier het silhouet van Edam.

In 1972 ontstond er grote paniek in Edam toen door buurtbewoners geconstateerd werd dat de toren dreigde om te vallen. Het gebouw leek langzaam van zijn fundering af te schuiven, maar gelukkig heeft men het gevaar weten te keren. Het voor Edam zo beeldbepalend monument is nu weer gerestaureerd. De toren staat met zijn zware klokken weer stevig vast op een fundament van 16 m2.

De grote Bult is één van de oudste gedeelten van de stad, hoewel dit aan de bebouwing niet meer te herkennen valt. Hier kunt u ook het hooggelegen zogenaamde 'Dienaarssluisje' zien.
Aan de rechterkant van het sluisje ligt de zeer oude, uit de 15e eeuw daterende scheepswerf, waar nog steeds oude houten schepen op de helling worden gerestaureerd.
Voorbij het 'Dienaarssluisje' krijgt de straat een andere naam en heet dan Doelland, naar de Schuttersdoelen die hier ooit stond.

In deze straat staat een zogenaamd tweelinghuisje. De gevel bestaat uit twee 17e-eeuwse, gekoppelde trapgeveltjes. Inwendig is er maar één houtskelet aanwezig, de zolderbalken lopen dus door de scheidingsmuur heen.
Door de geringe breedte van de afzonderlijke huisjes was dit best mogelijk. Een vorm van sociale woningbouw, zou je kunnen zeggen, in een tijd waarin niet de arbeidsuren, maar wél de gebruikte materialen kostbaar waren.

Aan het eind van het korte stukje Doelland ligt rechts de beroemde 'Kwakelbrug': en geliefkoosd onderwerp voor schilders, fotograven en tekenaars. Vanaf het bruggetje hebben wij een mooi uitzicht op de scheepswerf aan het Boerenverdriet en, niet te vergeten, de Speeltoren. De Kwakelbrug is één van de weinige houten 'wipbruggen' met een spriet die Edam nog rijk is. Een juk verdeelt de omlaaghangende ketting in twee delen. Hieraan is de klep is bevestigd. De brug wordt geopend door een ruk aan de ketting te geven, die aan het gewicht onderaan de brug hangt. Het gewicht zorgt ervoor dat de brug zich dan eenvoudig laat openen. Deze brug is al zeer oud en komt al voor op de beroemde Edamse kaart van Johan Blaeu.

Aan het einde van de Schepenmakersdijk staat achter een houten hek 'het Gemeenlandshuis', uit 1785. Het bestaat uit drie om een hof gegroepeerde gebouwen uit de 18e eeuw.
De hof ziet er kleurrijk uit met de paden van gele en paarse steentjes, de felrode geraniums en de op sokkels geplaatste tuinbeelden, voorstellend de jaargetijden. De linkervleugel bevatte vroeger een kleine vergaderzaal aan de voorzijde en de woning van de architect bevond zich aan de achterkant.
Leden van het dagelijks bestuur die vanuit Alkmaar de vergaderingen bijwoonden of de werken kwamen bekijken, konden als het laat werd hier de nacht doorbrengen.

Het middelste gebouw werd in 1836 aan de achterzijde uitgebreid met een nieuwe, grotere vergaderzaal.
Boven de ingangsdeuren van het houten hek bevinden zich gesneden sierstukken met het gemeenlandswapen tussen dolfijnen en bekroond met een konings- en keizerskroon.

De Molen aan het Broekgouw (een achtkantige binnenkruier), met een vlucht van 22 meter, werd naar alle waarschijnlijkheid in 1670 gebouwd. De romp en de kap zijn met riet bedekt. De molen bemaalde oorsprongkelijk de 737 ha grote Zuidpolder op de Schermerboezem. Momenteel is het bemalingsgebied nog 590 ha groot.
Blijkens een kaart uit 1630 lag de Zuidpolder toen gemeen met de naburige polder Katwoude en was er nog geen molen aanwezig.
Archiefstukken spreken in 1678 duidelijk over het bestaan van een watermolenaar, zodat het bouwjaar van de molen, mede gezien de constructie, richting 1670 gaat. In het tijdvak tussen 1864 en 1894 is de molen van een vijzel voorzien. In 1875 werd de bemaling van de polder versterkt met een stoomvijzelgemaal. In 1949 werd de capaciteit hiervan opgevoerd, zodat de windmolen buiten gebruik werd gesteld.
Niet in staat zijnde alles in een notendop op te sommen, is het aan te bevelen eens een wandeling door Edam te maken. U zult bemerken dat hier in het bruisende heden een sfeer van het oude leven is gebleven, die uniek is en zich moeilijk laat beschrijven.
Meer Informatie:
VVV Edam Gemeente Edam-Volendam Kaashandel Gestam Edams Museum Stichting Kaasmarkt Edam